Zidane: Pirouettes en kopballen

Fransen, La Liga, Ligue1, SerieA, Topspelers


In de film ‘Zidane: A 21st Century Portrait’ mogen we een wedstrijd lang naar hem kijken. We zien de Franse voetbalgod zachtjes dribbelen, kijken, wijzen en vooral eindeloos zijn omgeving scannen. Waar hij kijkt weet je niet, zijn ogen vallen onzichtbaar weg in de donkere schaduw van zijn oogkassen, maar steeds heeft hij de ruimte gezien. Als hij de bal krijgt, geeft hij die meestal na twee drie tikkies alweer door. Zijn dribbels en schijnbewegingen maakten Zidane wereldberoemd, maar zijn overzicht en snelle passes brachten de Fransman het wereldkampioenschap van 1998 en werd hij twee jaar later Europees Kampioen met Les Bleus.

Place de la Tartare

Zidane groeide op in Castellane, een arme buitenwijk van Marseille, hij was de jongste in een gezin van vijf kinderen. In hun biografie over Zidane schrijven Patrick Fort en Jean Philippe dat hij als jochie soms al in slaap viel in een innige omhelzing met de bal. Voetballen deed hij op het Place de la Tartare, het betonnen plein dat grenst aan het appartement waar hij woonde.
‘Ik was op de Place de la Tartare lang niet de enige goede voetballer’, vertelt hij in zijn biografie. ‘Ik was wel de enige die nooit ophield.’ Zijn vader Ismail moest dag en nacht werken om zijn kinderen te onderhouden. Om geld te besparen knipte hij zelf de haren van zijn kinderen.

Populairste Fransman


Na het WK van1998 stond Zidane decennialang op één bij verkiezingen van de populairste Fransman. De overwinning van de multiculturele les Bleus werd gezien als een symbool voor een betere Franse samenleving waarin zwart en wit niet alleen op het veld samen zouden spelen, maar ook daarbuiten een zouden zijn.
In een interview met de Telegraaf vertelde de Fransman in 2000 over zijn afkomst. De buurt waar ik ben opgegroeid had zeker geen goede naam. Geweld, vechtpartijen kwamen regelmatig voor. Ik wist dat ik er moest opletten. Misschien dat ik daarom altijd een stille jongen ben geweest. Tegen mensen die ik niet helemaal vertrouwde, zei ik nooit meer dan ‘bonjour’ of ‘bonsoir’. Dan kan je ook maar weinig overkomen. Ik ben nooit een kwajongen geweest, al had ik natuurlijk met mijn kameraden genoeg plezier. We bleven in onze wijk, want daar voelden we ons veilig. De onderlinge controle was enorm. Al met al was het een aparte sfeer. Vooral omdat er zoveel verschillende culturen samenleefden. Het begrip racisme heb ik nooit gekend.

Trucjes

Niet het winnen, maar de trucjes waren voor Zinedine Zidane het belangrijkst tijdens het voetballen op het Place de la Tartane. Elke dag oefende hij de schijnbeweging die later zijn naam zou krijgen: een pirouette waarbij een speler eerst lichtjes op de bal gaat staan, om daarna 360 graden om zijn as te draaien en de bal met de andere voet even lichtjes mee te nemen.
Koppen deed hij nooit, Zizou. In ‘Mannen van de bal’ vertelt Simon Kuper, dat de Franse stervoetballer vroeger wegdook als de trainer van Cannes, zijn toenmalige club hem als vijftienjarig jochie een bal naar zijn hoofd gooit. Dat Zidane twee keer zou scoren in de WK-finale is sowieso al een verhaal uit een jongensboek. Dat hij dat ook nog deed met zijn hoofd lijkt werkelijk te mooi om waar te zijn.

Geef een antwoord