Jan Oblak: Supersaver maakt Atléti kampioen

Slovenen

Kopballen van minder dan een meter afstand weert hij af. Bij schoten over de grond schieten zijn grote grijpgrage gele handschoenen onnavolgbaar omlaag. De inzet wordt gekeerd: één keer, dan een tweede keer als de aanstormende aanvaller de rebound krijgt en als het moet nog een derde of vierde keer. Als hij ballen niet vangt met zijn ledematen, dan lijkt de rest van zijn lichaam ze als een magneet aan te trekkken. 

Als je de reddingen van Jan Oblak voor Atlético Madrid in het afgelopen seizoen achter elkaar zet, heb je het idee dat je naar superman zit te kijken. Maar hoe belangrijk was de Sloveen dit seizoen nu werkelijk in de succesvolle titelrace van Atléti? 

We pakken de cijfers erbij. Expected goals, ‘verwachte doelpunten’, is zo langzamerhand een standaardbegrip in de voetbalwereld. Voetbalprogramma’s als Match of the Day, melden de score tegenwoordig altijd, samen met de wedstrijduitslag. Expected goals, het verwachte aantal doelpunten dat een team had kunnen maken tijdens een wedstrijd, is een maat voor de het aantal gecreëerde kansen en de kwaliteit ervan. Een intikkertje voor open doel heeft een veel hogere verwachte verwachte goalwaarde (xG) dan een schot vanaf twintig meter dwars door een strafschopgebied vol verdedigers. 

Voetbalstatistici hebben intussen alweer een nieuwe prestatiemaatstaf bedacht: post-schot verwachte doelpunten, post-shot expected goals (PsxG). Deze statistiek meet niet alleen de omstandigheden waaronder een doelpoging is gedaan, maar ook de kwaliteit van het schot: een rollertje richting keeper heeft een hogere waarde dan een en naar de kruising. Het getal meet het killerinstinct van spitsen, spelers met een hogescore leveren preciezere schoten af van een hogere kwaliteit, maar PsxG is vooral ook geschikt voor het identificeren van buitengewone keepers. 

De wonderreddingenscore van Atlético Madrid-doelman Jan Oblak was in het afgelopen seizoen uitzonderlijk. De Sloveense doelman liet niet alleen alle concurrenten in La Liga ver achter zeg, maar ook in de andere vijf grote Europese voetbalcompetities kwam er geen keeper bij hem in de buurt. Zonder de uitzonderlijk hoge score van Oblak was Atlético Madrid het afgelopen seizoen vast geen kampioen geworden. 

Gegeven de schoten die in het hele seizoen op het doel van Atlético werden afgevuurd had een gemiddelde La Liga-keeper bijna 32 doelpunten tegen moeten krijgen, in werkelijkheid waren het er maar 25. Het verschil van bijna 7 met superreddingen gewonnen doelpunten en daarmee vaak wedstrijden, doet geen keeper Oblak na in de grote competities van Europa. Fullham-doelman Alphonse Areoloa is de verrassende nummer 2 op een ranglijst met het verschil tussen het verwachte aantal doelpunten, post schot, en het werkelijke aantal doelpunten tegen. Liverpool-keeper Alisson en Paris St.-Germain sluitpost Keylor Navas staan ook in de top-5 van het seizoen 2020-21.

In La Liga redde Real Madrid-doelman Thibault Courtois met een save-percentage van 81,1 vaker een schot dat bij hem op doel belandde (Oblak 80 procent), maar die schoten waren gemiddeld genomen wat makkelijker. Courtois moest 28 keer vissen, gegeven de schoten op doel en de kwaliteit ervan was 30 keer normaal geweest. Barcelona-doelman Marc-Andréter Stegen doet het veel minder. Hij kreeg veel meer doelpunten tegen dan Oblak, 32, en wist zich anders dan Courtois en Oblak als keeper niet positief te onderscheiden. Gezien de kwaliteit en de plaats van de schoten die op hem werden afgevuurd had hij er gemiddeld maar 29 door mogen laten. Het aandeel reddingen van de Duitser ligt ook lager dan dat van de Belg en de Sloveen: iets beneden de 72 procent. 

Waar komt deze uitzonderlijke keeper vandaan? Op zijn zestiende al maakt Jan Oblak, zoon van keeper Matjaž Oblak, zijn debuut in het eerste van de Sloveense profclub Olimpija in Ljubljana. Andrej Kracman, de vaste doelman heeft een beroerde wedstrijd achter de rug en Jan staat klaar om hem te vervangen. Het is 26 juli 2009. Olimpija wint met 2-1 en Oblak wordt gekozen tot man van de wedstrijd. 

Nog geen jaar later, in 2010 koopt Benfica de dan zeventienjarige doelman, voor 1,7 miljoen euro. Aanvankelijk wordt hij in Portugal links en rechts uitgehuurd: aan Beira Mar, Olhanense, Leiria en Rio Ave, maar in het seizoen 2013-14 krijgt hij zijn kans na een reeks fouten van de eerste doelman Arthur.

Oblak wordt meteen kampioen met Benfica en bekroond als beste doelman van de Portugese competitie. Atlético Madrid betaalt 16 miljoen euro voor de Sloveen, die daarmee de duurste doelman ooit wordt in La Liga. 

Zijn debuut in de Champions League aan het begin van dat seizoen verloopt niet best. Oblak laat zich drie keer vrij makkelijk passeren, Atlético verliest met 3-2 en het zal tot februari duren voordat hij een nieuwe kans krijgt. 

Vanaf dat moment is Oblak niet meer weg te denken. In zeven seizoenen voor Atlético redde hij in meer dan 80 procent van de ballen die op zijn doel werden afgevuurd. Alleen in het seizoen 2019-20 had hij wat dat betreft een kleine dip met een save-percentage van 77,1. Sinds Oblak in het doel staat eindigde Atlético nooit buiten de eerste 3 in de Spaanse competitie. In 229 wedstrijden voor Atlético hield Oblak 123 keer zijn doel schoon. In het afgelopen seizoen lukte hem 18 keer, minder dan in drie eerdere seizoenen voor Atlético, maar het eindresultaat was ongeëvenaard met het eerste kampioenschap voor Atlético Madrid sinds het seizoen 2013-24. 

Geef een antwoord