Roy Makaay: Het onverstoorbare spook

Nederlanders, Zonder categorie

Das Phantom was de bijnaam van Roy Makaay die als spits van Bayern München 78 doelpunten maakte in de Duitse competitie. Hij verdiende die bijnaam in Duitsland door zijn bleke gelaat, maar vooral door zijn ongrijpbaarheid voor verdedigers. 

Hoe was het mogelijk dat ´het spook´ Makaay zo kon lopen dat hij uit het oog van de tegenstander verdween, maar wel daar stond waar de bal kwam? Na twee uur blauwbekken op het trainingsveld met de A1 van Feyenoord ging Roy Makaay er een paar jaar geleden rustig voor zitten om dat uit te leggen. Zijn kantoortje op het trainingscomplex Varkenoord is volgestouwd met bekers en vaantjes . Op de iPad kijken we naar Youtube-beelden van Makaays mooiste treffers.

In de wedstrijd van Bayern tegen Leverküssen bijvoorbeeld, zijn voorlaatste seizoen in de Bundesliga. Een voorzet vanaf rechts zweeft ver voorbij de tweede paal en wordt door Makaay met een boog ingekopt. “Kijk hier zie je het goed”, zegt hij. “Ik doe een stap naar voren, dus dan maakt de verdediger ook een stap. En dan ga ik naar achteren. Dan is hij me kwijt en is er ineens een gat van een meter zodat ik de bal kan inkoppen.”

TONEELSTUKJE

Zo werkt het inderdaad bevestigt oud Ajax-spits John Bosman een paar dagen later. Op het traingscomplex de Toekomst voert hij een toneelstukje op, dat sterk lijkt op de verdwijntruc van Makaay: “Ga eens staan”, zegt Bosman. Stapje naar voren. Stapje naar achteren en weg is de spits. “Verdedigers zoals Jaap Stam maken contact met je, dat is vervelend, maar als je los bent, dan heb je net even die ene meter, waardoor je die goal kunt maken. Als ik samen speelde met Marco van Basten, dan nam hij meestal de eerste paal. Ik kwam erachter. Als we tijd hadden, dan kruisten we om de tegenstander nog wat meer in verwarring te brengen.”

Makaay, geboren in Wijchen kree na twee proeftrainingen in Nijmegen op zijn dertiende nog een afwijzingsbrief van NEC. Op zijn veertiende vertrok hij van het Nijmeegse Blauw-Wit naar Vitesse, waar ze hem wel wilden hebben. Hij speelde uiteindelijk 109 wedstrijden voor de club uit Arnhem en maakte er 41 goals.

Als jochie van 22 verliet Makaay Vitesse in 1997. Hij speelde daarna twee jaar Tenerife, vier jaar bij Deportivo La Coruna en vier jaar voor Bayern München. Hij werd tweekeer landskampioen in Duitsland, maar de nationale titel die hij in Spanje behaalde met Deportivo La Coruña is de bijzonderste.

‘Bij Bayern móét je kampioen worden’, zei Makaay in de Gelderlander, in een terugblik op zijn kampioenschap in Spanje. ‘Dat was een groot verschil met Deportivo: dat was de eerste titel in 94 jaar.’

KALME STRAFSCHOPNEMER

In Coruña kennen ze het belang van een koele kikker voor de goal en met name de kalme strafschopnemer. Op de slotdag van de competitie van het seizoen 1993-1994 was het 0-0 tegen Valencia. Miroslav Djukic hoefde in de laatste minuut alleen nog maar een strafschop binnen te schieten om het kampioenschap veilig te stellen. Maar het ging mis. In plaats van de club uit een visserstadje in het Noordwesten van Spanje, werd het Barcelona van trainer Johan Cruijff in dat seizoen kampioen van Spanje.

Roy Makaay speelde altijd zonder franje, een kwaliteit die hij als assistent van Giovanni van Bronckhorst probeert over te brengen op spelers van de Rangers, zoals blijkt uit onderstaande Tweet: ‘Houd het simpel’, zegt hij tegen Ryan Kent. ‘Trucs zijn voor het circus.’

Roy Makaay staat zich erop voor dat hij nooit een belangrijke strafschop heeft gemist. Met een vinger op de schuifbalk van de iPad vindt Makaay feilloos zijn weg door Youtube-filmpjes met hoogtepunten uit zijn carrière. “De meeste doelpunten weet ik nog wel.” Bij opnames van strafschoppen zijn de kalme langdurige oogfixaties duidelijk te zien. “Ik bleef zo lang mogelijk kijken naar de keeper en ja, dan gaf mijn gevoel aan waar ik moest schieten.” Als keepers niet bewogen, dan had Makaay eenontsnappingsroute achter de hand: “Hard en laag rechts van de keeper” Niet zo gek dus dat Coruña 18 miljoen gulden over had voor de stoïcijnse doelpuntennachine uit over te halen van de gedegradeerde concurrent Tenerife. 

TENERIFE

Zelf vindt Makaay dat hij meer is dan een afmaker. Tegen het Dagblad van het Noorden: ‘In mijn tweede seizoen, toen ik 22 keer scoorde, gaf ik ook veertien assists. Daar hoor je dan niemand over.’ 

Makaay degradeerde met Tenerife, maar speelde toch goed. ‘Voetbal is het paradepaardje van Tenerife’, vertelde hij in NRC Handelsblad. ‘Het eiland heeft een rare positie, het ligt eigenlijk in Afrika. De mensen zijn heel fanatiek en reageerden fel op de slechte resultaten van de ploeg. Er waren spelers die afgelopen seizoen onder politiebewaking uit het stadion moesten worden geleid. Gelukkig heb ik het persoonlijk niet meegemaakt.’

Bij zijn binnenkomst in La Coruna werd hij vergeleken met de Braziliaanse spits Bebeto. ‘Voor vergelijkingen met Bebeto moeten ze niet bij mij zijn. Bebeto is Bebeto, ik ben Makaay.’ Hij wist het toen nog niet, maar de bescheiden Makaay met Deportivo ook iets voor elkaar boksen, dat de Braziliaan nooit is gelukt: hij won La Liga.

In zijn kampioensseizoen 1999-2000 maakte Makaay voor Deportivo 22 doelpunten in het seizoen. En dus ook die laatste waarmee hij de titel voor de club uit de visserstad definitief veilig stelde. ‘Alles klopte bij ons dat seizoen’, zei Makaay tegen de Gelderlander. ‘In de kampioenswedstrijd zeker, ook al voelde je daarvoor in de aanloop in de stad het trauma van 1994 nog. We kwamen snel op 1-0 en toen ik nog voor rust de tweede maakte, wisten we al vroeg dat-ie binnen was.’

STOÏCIJNS

In 2003 kocht Bayen München de man uit Wijchen voor negentien miljoen euro. Na de eerste acht maanden bij Bayern kreeg Makaay kritiek te verduren, ook al scoorde hij 12 keer in de eerste 19 competitieduels. Bayern stond in dat seizoen 2003-2004 fors achter op koploper Bremen en critici vonden dat Makaay niet genoeg meevoetbalde al bleef Bayern-icoon Franz Beckenbauer steeds pal staan voor de duurste aankoop uit de clubhistorie. 

Bij Deportivo voer Makaay wel bij de steekpassjes van Juan Carlos Valeron, Fran en Sergio. ‘Met zulke aangevers kun je als spits voortdurend scherp staan’, zei hij in het Algemeen Dagblad. ‘Op het randje van buitenspel spelen. Hier kom ik daar minder aan toe. Het is wennen aan elkaar, al zie ik dat niet terug in de manier waarop ik mijn doelpunten maak. Er zitten niet meer of minder afstandsschoten en kopballen bij dan in mijn Spaanse jaren.’

Hij scoorde in de Bundesliga 78 uiteindelijk keer in 129 competitiewedstrijden en maakte in de Champions League tegen Madrid na 10 seconden het snelste doelpunt ooit. Maar hij bleef ook stoïcijns toen hij eens 1124 minuten achtereen niet scoorde. ‘Daar lag ik nooit wakker van’, zei Makaay in 2007 tegen het Dagblad van het Noorden. ‘Vooral de pers maakte er dan een item van. 

Ook door geschop of getreiter van verdedigers heeft hij zich nooit uit balans laten brengen. ‘Vooral in Spanje heb ik vaak tikken gehad, terwijl de bal niet eens in de buurt was’, vertelde hij het Dagblad van het Noorden. ‘Verdedigers kunnen ook tegen me praten wat ze willen, ik antwoord gewoon rustig terug hoor. Op een gegeven moment is dan wel duidelijk dat ze bij mij aan het verkeerde adres zijn. En ze weten dat ik kan wachten op dat moment, om ze af te straffen.’

Zelfs in de oefenduels ging het er stevig aan toe. ‘Wij speelden in de voorbereiding tegen topclubs. Dat gaat meteen op leven en dood. In de eerste oefenwedstrijd werd ik al twee keer in mijn gezicht geslagen.’

EIGEN BODEM

Als hij in die jaren nog eens even terugkeerde op eigen bodem, was gaf hij zijn visitekaartje wel af. Zoals in 2004 toen hij voor Bayern Münchenin een 4-0 overwinning op Ajax drie kee scoorde, met het hoofd met een hard schot en uit een strafschop. 

Toch was zijn carrière voor Oranje niet bepaald groots. In 43 interlands scoorde Roy Makaay slechts 6 keer voor het Nederlands elftal. Met spitsen als Bergkamp, Kluivert, Van Nistelrooy en Van Hooijdonk was de concurrentie groot in de tijd van Makaay. ‘En dan heb je verder nog Hasselbaink, Mols, Mulder en ik zet mezelf er maar ook even bij’, zei hij in NRC Handelsblad. 

Nederlandse spitsen moeten kunnen voetballen en het idee was dat er op dat vlak heel wat beter waren dan Makaay, maar in zijn neus voor de goal was hij groots. Valt zoiets te leren? Niet voor iedereen legde Michael Reiziger, de huidige assistent-trainer van Sparta jaren geleden uit op De Toekomst.

Brazilianen spelen op gevoel, zegt Reiziger die er als verdediger bij Barcelona heel wat is tegengekomen. “Braziliaanse spitsen gaan in het veld niet heel berekend op de goede plek lopen. Ze voelen dat aan.” Gevoelsspits nummer één was voor Reiziger niettemin een Italiaan: Filippo Inzaghi. Reiziger beschrijft de frustratie van een verdediger die te maken krijgt met Inzaghi’s ‘neus voor de goal’: “Je denkt eerst die bal gaat naar de eerste paal. Maar daar komt ie dan niet. Dan loopt Inzaghi ineens naar achteren lopen en valt die bal voor zijn voeten. Vaak ook nog via een kluts. En niemand weet waarom die bal daar terecht is gekomen.”

Gevoel staat voorop dus. Toch kunnen spelers volgens Reiziger veel leren door te kijken naar videobeelden van toppers. “Niemand heeft de techniek van Xavi, maar je kunt wel zien hoe hij om zich heen kijkt: hoe gaat hij met de ruimte om? Hoe loopt hij zich vrij?” Bij Barcelona bekijken jeugdspelers, maar ook spelers uit het eerste videobeelden van wedstrijden en trainingen. De rol van begeleiders, zegt Reiziger, is om daarbij de juiste vragen te stellen: “Wanneer gaat je hoofd omhoog? In welke richting heb je gekeken voordat je aan de bal kwam? Heb je wel gekeken?”

Zelf is Makaay ervan overtuigd dat zijn spitsengevoel hem in de genen zit. ‘Scoren is mijn vak’ zei hij in 2007 tegen Elsevier. ‘Het zit in me, ik kan niet anders. Op de goede plaats staan, is een kwestie van intuitie. Je kunt het niet aanleren. Ik heb mezelf tweebenig gemaakt, dat kun je aanleren. Maar scoringsdrift is iets onzegbaars.’

KNIESCHUIVER

Na tien succesvolle jaren bij Tenerife, Deportivo la Coruña en Bayern München keerde hij terug naar Nederland en tekende een contract bij Feyenoord voor zijn laatste drie seizoenen. Bayern had Miroslav Klose en Luca Toni gehaald en Makaay begreep de boodschap. Liever spelen in Nederland dan op de bank zitten bij de beste club van Duitsland. Zo wist hij zijn doeppuntenaantal in twee seizoenen nog wat verder op te voeren, tot 214 in de Duitse, Spaanse en Nederlandse competitie.

Makaay kreeg nooit een rode kaart en juichte altijd met mate. Behalve dan bij dat ene hoogstbijzonderde doelpunt binnen 10 seconden tegen Real Madrid. Die keer rende hij het halve veld rond en maakte hij een korte knieschuiver. ‘Ik ga niet dansen bij de cornervlag, zei hij in 2007 tegen Elsevier. ‘Als ik dat zou doen, zou iedereen zeggen: Wat doet hij ineens raar.’ 

Geef een antwoord