Kasper Dohlberg: Pechvogel kan weer lachen

Denen, EK-sterren, Eredivisie, Ligue1

Het is 2017 en Kasper Dolberg lacht zijn tanden bloot. Ineens was hij daar de Deense spits, en bij Ajax was iedereen ervan overtuigd dat dat ze een speler in huis hadden gehaald die zich zou kunnen meten met de grote spitsen van weleer.

De Poolse spits Arek Milik was vertrokken naar Napoli en Ajax had een vervanger nodig. De achttienjarige Dolberg, in 2015 voor 350.000 euro gekocht van het Deense Silkeborg is de enige optie die Peter Bosz voorhanden heeft. Zijn hele jeugdcarrière, voordat hij bij Ajax kwam, was Dolberg linker vleugelspeler. ‘Naar binnen komen en schieten’, zei hij in de auto tegen Andy van der Meijden. ‘Dat is alles wat ik deed. Ik denk dat dat de reden is dat Ajax me gekocht heeft, maar ze wilden niet meer dat ik dat deed.’

Zijn eerste seizoen in Ajax-1 is sensationeel. Bij zijn Eredivisiedebuut tegen Roda JC maakt Dolberg er meteen twee. Een inkoppertje. De tweede is een kenmerkende topspitsenactie. Dolberg schuift zijn been voor een Roda-verdediger en tikt de bal binnen.

Dolberg heeft daarvoor ook al gescoord, in het eerste van Ajax. Eerder die zomer haalt hij uit, vanaf een meter of twintig en maakt de 1-1, in de voorronde van de Champions League, tegen PAOK Saloniki. Hij lacht nooit zouden ze later kritisch beweren over de ijskoele Deense spits, maar dat is niet waar. Dolberg valt aan het begin van dat seizoen steeds lachend in de armen van zijn medespelers.

In dat eerste seizoen voor Ajax zijn de fans ervan overtuigd dat de spits waar jarenlang op is gewacht eindelijk weer is gevonden. Pa Dolberg vergelijkt zijn zoon met Marco van Basten. Maar misschien ligt de vergelijking met Dennis Bergkamp meer voor de mond. Ook zo’n blondie. Ook een verlegen ijskonijn. En de stiftjes van Dolberg soms zijn Bergkampiaans.

Dolberg is los. Binnen één helft, maakt hij zijn eerste hattrick tegen NEC. Een granaat die binnenkant lat in het doel slaat, tegen PEC Zwolle. Binnenschuivers precies getimed op het moment dat de keeper ze niet verwacht, terwijl de verdedigers aan je lijf hangen. Een stiftje tegen Feyenoord. En belangrijker misschien: de intikkertjes en strafschoppen gaan er ook allemaal in.

En dan verandert er iets in de mimiek van Dolberg. Hij viert nog wel feest, met gebalde vuisten, maar de lach verdwijnt. Op zijn hoogst krult zijn tong omhoog, tegen zijn bovenlip. Niets mis mee, zou je denken, doelpuntenmaken is normaal voor een topspits. Alleen al in de competitie maakt hij er 29 in zijn eerste seizoen.

Maar daarna gaat het bergafwaarts. In de grootste Champions League-campagne van Ajax in het seizoen 2018-19 heeft Dolberg nauwelijks een aandeel. Tadic speelt in plaats van hem, als valse spits.

Na zijn twee doelpunten tegen Wales in de achtste finale, in zijn thuishaven de Amsterdam Arena schreeuwde Dolberg het uit. Zijn lach bewaarde hij voor het interview na afloop, in antwoord op de vraag of hij zin had om in de achtste finale zijn oude maatjes Frenkie en Matthijs terug te zien.

Hij raakt geblesseerd. Bosz, die hem soms tot het uiterste drijft, vertrekt. In de persoon van Klaas-Jan Huntelaar krijgt hij te maken met ouder, maar gedreven en geslepen concurrent. Tegen NRC Handelsblad zei hij in 2016, dat gemiste kansen voor hem niet het einde van de wereld zijn: ‘Belangrijker vind ik dat ik het gevoel heb goed in een wedstrijd te zitten. Dat ik me prettig voel op het veld. Goals zijn maar een onderdeel daarvan.’

In augustus 2019 verkocht Ajax Dolberg voor 20,5 miljoen euro aan Nice en nog altijd zit het de Deen niet mee. Sterker gaat simpelweg beroerd.

Dolberg is nog maar net binnen bij de club of teamgenoot Labine Diaby-Fadiga pikt zijn horloge van 70 duizend euro uit de kleedkamer. Voor het overige maakt Dolberg bij Nice een mooi begin. Op 8 maart stelt hij niettemin Europees voetbal veilig voor zijn club met twee doelpunten tegen Monaco.

Dit seizoen verliep voo Dolberg in een woord beroerd. Hij verzwikte zijn enkel. Raakte een maand later geblesseerd aan zijn heup. Zijn auto werd gestolen. Er werd bij hem ingebroken. Hij kreeg een blindedarmontsteking. En twee keer raakte hij ziek door het coronavirus. Na zijn twee doelpunten tegen Wales in de achtste finale, in zijn thuishaven de Amsterdam Arena schreeuwde Dolberg het uit. Zijn lach bewaarde hij voor het interview na afloop, in antwoord op de vraag of hij zin had om in de achtste finale zijn oude maatjes Frenkie en Matthijs terug te zien. Natuurlijk kan hij lachen.

Geef een antwoord