Eusébio: Uit Mozambique ontvoerd

Mozambicanen, Portugezen, Primeira Liga Portugal

Het is 1960 en de achttienjarige Eusébio is in een auto met geblindeerde ramen op weg naar het vliegveld van Maputo, de hoofdstad van Mozambique. Benfica-trainer Béla Guttman, ermijdt de officiële wegen in de vertrekhal en hem stiekem mee op het vliegtuig naar Portugal. Scouts van Benfica hebben Eusébio ontdekt bij de club waar hij op zijn vijftiende is begonnen met verenigingsvoetbal: Sporting de Lourenço Marques. Het probleem is: de club waar Eusébio speelt in Maputo is een satellietclub van Sporting Lissabon en heeft de eerste rechten om de voetballer over te nemen.

VALSE NAAM

Guttman verstopt Eusébio onder een valse naam in een hotel in de Algarve en zo weet Benfica weet Benfica een van de grootste voetballers ooit aan zich te binden voor een bedrag van omgerekend 7500 dollar. Zijn moeder spreidt het geld uit over de keukentafel en belooft het terug te betalen mocht haar zoon niet voldoen, vertelt Eusébio in zijn biografie ‘My name is Eusébio’. Ninguém, ‘niemand’, was toen nog zijn bijnaam. Later zou dat veranderen in Pantera negra, de zwarte panter.

NRC-sportverslaggever Guus Holland herinnert zich nog dat de ‘Parel van Mozambique’ hem als jochie in 1962 een aai over zijn bol gaf, toen hij als in Wageningen ballen had opgehaald voor de spelers van Benfica die daar in training waren. Vanaf dat moment was Holland fan. ‘De man die de fado vertolkte met zijn voeten’ was de lyrische kop van boven de necrologie die schreef bij het overlijden van Eusebio, in januari 2014.

TREINMACHINIST

Eusebio werd in 1942 geboren in de toenmalige Portugese kolonie Mozambique. Zijn witte vader, een witte treinmachinist uit Angola, sterft als hij acht is en Eusébio wordt opgevoed door zijn zwarte moeder. In de hoofdstad Maputo speelde hij met een bal van lompen op zijn blote voeten op straat. In 1966 leidde hij Portugal naar de derde plaats op het wereldkampioenschap in Engeland en werd hij met negen goals topscorer van dat toernooi.
Tegen Noord-Korea kwam Portugal met 3-0 achter. Daarna scoorde Eusebio vier keer op rij. De Koreanen maakten bij elke treffer een buiging en Portugal won met 5-3.  In de halve finale van het WK tegen de Engelsen werden de Portugezen benadeeld, omdat de Engelse voetbalbond de wedstrijd kort van te voren verplaatste van Liverpool (waar het Portugese team al twee keer had gewonnen) naar Wenbley. Aan de vooravond van de wedstrijd moest Eusébio met de trein naar Londen reizen en het gevoel dat hem een kunstje was geflikt zou hem zijn hele leven niet meer loslaten.

IN TRANEN

Met zijn fameuze dribbels beleed Eusébio zijn liefde voor de bal. ‘Als de hartstocht geboren wordt, moet het avondeten wachten’ schreef hij in zijn biografie. Hij werd elf keer Portugees kampioen met Benfica en maakte 552 doelpunten in zijn hele carrière. In 1965 won hij de Ballon d’or voor beste voetballer ter wereld. Hij vierde uitgelaten zijn triomfen en huilde als hij verloor. In 1962 won Eusebio met Benfica in Amsterdam de finale van de Europacup I van Real Madrid. Hij scoorde twee keer, raakte in trance en werd van het veld gedragen terwijl hij oerkreten slaakte.
‘Eusebio zat op de schouders van enkele volgelingen en brulde’, schreef weekblad Revue. ‘Hij brulde met de bovenlip opgetrokken, als een roofdier met het hoofd achterover als een stervende lansier. Zijn adamsappel was tweemaal zo dik als normaal – het leek een zichtbare brok in de keel. En de kreten die hij uitstootte waren geen rauwe uitroepen van vreugde, maar rauwe door merg en been dringende schreeuwen.’ Eusebio zou de finale daarna drie keer verliezen: ‘Ik keek dan naar de hemel, vroeg goed wat ik had gedaan om dit te verdienen en dan kwamen de tranen.’

Geef een antwoord