Alfredo di Stéfano: Idool van Cruijff en Pelé

Argentijnen, La Liga, Spanjaarden

Hij was het jeugdidool van Johan Cruijff en de grote held van Pelé. De prestatie van vijf overwinningen op rij in de Europacup I, die Alfredo Di Stéfano van 1956 tot en met 1960 behaalde met Real Madrid, zal vast nooit meer worden geëvenaard. De Argentijn van geboorte scoorde in alle vijf deze finales. 

Voordat Di Stéfano kwam, in 1953, werd Real Madrid twee keer kampioen van Spanje en dat was voor het laatst gebeurd in 1933. Stadsconcurrent Atlético had dubbel zo veel landstitels. In zijn eerste jaar werd Di Stéfano met Real Madrid direct kampioen. In totaal werd hij met Real acht keer Spaans kampioen. 

Natuurlijk hiel het dat hij samenspeelde met grootheden als Raymond Kopa en Ferenc Puskás, maar als er iemand aan de wieg stond aan de wereldfaam van de grootste club van de Spaanse hoofdstad, dan is het Di Stéfano. 

‘Voor mij is hij de beste’, zei Pelé, toen de Spaanse media zich aan het begin van de media druk maakten over de vraag of Maradona of hijzelf beschouwd moest worden als de grootste voetballer allertijden. ‘Hij was veel completer dan wij.’ 

DE DUITSER

Di Stéfano werd geboren in de buitenwijken van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Met zijn eerste profclub Riverplate, waar hij op zijn vijftiende begon, wordt hij twee keer kampioen van Argentinië. Met Argentinië wint hij in 1947 ook de Copa America. 

El Alemán, ‘De Duitser’, wordt hij in die tijd nog genoemd vanwege zijn blonde verschijning. Later zou zijn bijnaam veranderen in ‘La Saeta Rubia’ (De Blonde Pijl). ‘Hij was altijd aan het rennen’, vertelt zijn oudere zus Norma in de biografie Di Stéfano die Ian Hawkey over hem schreef. ‘Hij was een deugniet, maar tegelijkertijd ook een verlegen jochie.’ 

Zijn vader Alfredo Di Stéfano senior, aardappelenhandelaar, speelde aan het begin van de twintigste eeuw een paar wedstrijden voor Riverplate, net als zijn zoon late zou doen, maar als succesvol ondernemer had hij toch zijn twijfels bij de keuze voor een carrière in de voetballerij. Hij had zich daarover geen zorgen hoeven maken. 

GALÁCTICO

In zijn streven om goed beloond te worden voor zijn uitzonderlijke kwaliteiten was Di Stéfano de eerste ‘Galáctico’. Galácticos is het Spaanse woord voor het Melkwegstelsel dat verwijst naar de supersalarissen die Madrid-voorzitter Florentino Pérez’s vanaf het jaar 2000 uitgaf om steeds weer een nieuwe ster naar Madrid te halen. De transfers van Luís Figo (2000), Zinedine Zidane (2001), Ronaldo (2002), David Beckham (2003), Michael Owen (2004) en Robinho (2005) passen in dit rijtje dat later is voortgezet met megadeals zoals de aankopen van Cristiano Ronaldo (2009) en Gareth Bale (2013).

Een halve eeuw eerder heeft Di Stéfano zich al ontpopt tot een Galacticoavant la lettre. Nadat hij een spelersstaking heeft georganiseerd ter onderstereping van zijn recht om profspeler te zijn, vertrekt hij in 1949 van River Plate naar de club Millonarios in Columbia. Met de club uit de Colombiaanse Bogota wordt hij drie keer nationaal kampioen. 

Aan het begin van de jaren vijftig breekt het transfergeweld rondom Di Stéfano pas echt goed los. Ter ere van het vijftigjarig bestaan van Real speelt hij een wedstrijd in Spanje en vanaf dat moment stellen Real en Barcelona alle in het werk om hem binnen te halen. Real Madrid roept de hulp in van het het Franco-regime om Di Stéfano naar de Franse hoofdstad te halen. De transfer naar Barcelona is al beklonken, maar wordt nietig verklaard door een ingreep vanaf het allerhoogste niveau. De Madrilenen hebben Di Stéfano gestolen, althans dat is de Catalaanse lezing van het verhaal. 

INTRIGES

De transfer van Di Stéfano was een ingewikkeld verhaal vol intriges, belangen en beschuldingen, schrijft Sid Lowe in zijn boek Fear and Loathing. De Argentijn speelde voor Millonarios in Columbia, maar was nog altijd eigendom van River Plate. Real sloot een deal met de Columbianen, Barcelona werd het eens met de Argentijnen. 

Op dat moment kwam de Spaanse overheid kwam tussenbeide om de impasse op te lossen. Het voorstel was dat Di Stéfano zijn speeltijd tussen beide clubs zou gaan verdelen. Op dat moment trok Barcelona zich terug. Het is de grootste diefstal of de grootste fout in de geschiedenis. ‘Het maakte mij niet uit of ik voor Real Madrid speelde of voor Barcelona’, schreef Di Stéfano in zijn memoires. ‘Voor mij was het een pot nat. Ik wilde gewoon spelen.’ 

Di Stéfano en Real Madrid waren ‘paradepaardjes’ van generalísimo Franco, althans zo kijken velen in Spanje er tegenaan. ‘Het regime gebruikte Real Madrid om zijn macht te bevestigen en dat is de reden dat Real Madrid altijd won’, verklaart oud cultuur minister Jordi Vilajoano in het boek van Sid Lowe. 

SPANJAARD

Na de eerste Europacup in 1956 is de honger van Madrid nog lang niet gestild. In de Spaanse competitie waren de Madrillenen als derde geëindigd achter ampioen Athletic Bilbao en FC Barcelona. Met de Fransman Raymond Kopa werd het elftal verder versterkt, maar Real Madrid mocht niet te veel buitenlanders opstellen. Di Stéfano kreeg het verzoek om zich tot Spanjaard te laten naturaliseren en stemde daarin uiteindelijk toe. In ruil voor een flinke financiële compensatie werd hij in oktober 1956 officieel Spanjaard en tussen 1957 en 1961 scoorde hij 23 keer voor het Spaanse nationale elftal. 

Hij speelde voor het Argentijnse, Spaanse en Colombiaanse nationale elftal, maar kwam nooit in actie op een wereldkampioenschap. In 1954 sloot FIFA hem uit van deelname voor Argentinië, omdat hij vier wedstrijden had gespeeld voor het Colombinaans elftal. In 1958 kwalificeerde Spanje zich niet voor het WK-eindtoernooi. In 1962 lukt dat wel, maar dit keer moet Di Stéfano afhaken met een blessure. 

Ook de vader van Di Stéfano speelde voor Riverplate. Hij had zijn twijfels over de keuze van zijn zoon voor een bestaan als profvoetballer, maar had zich daarover geen zorgen hoeven maken

TRAINER

Di Stéfano speelde met nummer negen en hij kon niet alleen doelpunten maken, maar hij kon eigenlijk alles: aanvallen, het spel verdelen, koppen en zelfs verdedigen. Di Stéfano was niet alleen een goede speler, maar ook een uitstekende trainer. Hij wordt als coach kampioen met River Plate en Boca Juniors, de twee grootste clubs van Argentiniëen hij wordt Spaans en Europees kampioen met Valencia. Sinds 2000 was Di Stéfano erevoorzitter en in die functie mocht hij wijze woorden spreken voor nieuwkomers bij de club. 

Zo sprak hij in 2007 bij de spelerpresentatie van Royston Drenthe. Zorg ervoor dat je als buitenlandse speler het publiek behaagt’, zei DiStéfano. ‘Want het publiek is de koning van het veld.’ 

Geef een antwoord