SCOREN IS MIJN JOB, TOCH?

Als Ajax-spits Brian Brobbey juicht, met zijn armen omhoog, dan heeft hij waarschijnlijk niet zelf gescoord. Op die manier feestvieren, zien we de Amsterdamse goalgetter eigenlijk alleen doen als een medespeler een doelpunt maakt op zijn aangeven. Na de goal van David Neres tegen in de Europa League-wedstrijd tegen Lille bijvoorbeeld. De Braziliaan had de bal voor het intikken na een slimme kopbalassist van Brobbey. 

Als Brobbey zelf scoort is er vaak nauwelijks een reactie, alsof hij wil zeggen: niks bijzonders aan de hand. Wat is er dan? Dit is mijn baan toch? Bij belangrijke doelpunten en ja als 19-jarige heeft hij er al een paar gemaakt, spat de ontlading wel van het gezicht van de Nederlander die ook in het bezit is van een Ghanees paspoort. Hij schreeuwt het uit, maar zelfs dan reiken de gebald vuisten niet tot boven zijn heupen. 

Voordat hij op 1 juli vertrekt naar RB Leipzig, kan Ajax nog profiteren van de aanwezigheid van Brobbey. Zoals dat tot nu toe al gebeurde in de race naar mogelijk Europees succes, waaraan hij bijdroeg met doelpunten tegen Lille en Young Boys. Hij maakte die doelpunten als invaller en dat verscherpt het contrast met de vele gemiste kansen daarvoor. Net een teentje te laat. Bal wild ingeschoten op de keeper. Zulke dingen gebeuren Brian Brobbey maar zelden.

Jaap de Groot schreef in de Telegraaf dat hij tijdens zijn jeugdopleiding op de Toekomst vaak te horen heeft gekregen dat hij onvoldoende wendbaar is en in de kleine ruimte zijn beperkingen heeft. Dat is eigenlijk te gek voor woorden. Een korte zoeksessie op YouTube maakt duidelijk dat Brobbey nu al een uitzonderlijke speler is. 

Scoren, scoren, scoren doet hij en veelal met onderkoelde schuivertjes. Onder de vallende keeper door, of als het gaat je ziet door zijn benen. Hij kan nog ook nog koppen en een man passeren, ook uit stand. Een tikkie met de buitenkant en dan met een flitsende explosie voorbij de tegenstander.

Dan is hij nog onzelfzuchtig ook: Brobbey behoudt het overzicht en legt opvallend vaak de bal af, aan een tegenstander die er nog net iets beter voorstaat, terwijl hij zelf ook een kans had om te scoren. En afjagen niet te vergeten. We zien Brobbey snel teruglopen en de bal wegkapen bij nietsvermoedende verdedigers die achteloos denken dat ze rustig kunnen uitverdedigen 

Brobbey heeft naar eigen zeggen geleerd van videobeelden van zijn Afrikaanse idool: Didier Drogba: groot en sterk net als hij. En snel ook. Als Ajax zijn spelers testte op ultrakorte sprints kwam Brobbey veelal als snelste uit de bus: dertig meter in 3,7 seconden.

Brian Brobbey scoorde op 31 oktober vorig jaar bij zijn eerste wedstrijd voor Ajax in de met 5-2 gewonnen wedstrijd tegen Fortuna Sittard. Veel Amsterdamse toptalenten deden dat voor hem, maar in een tijd dat topspitsen uit Nederland schaars zijn geworden is vooral het rijtje aanvallers waar hij in past interessant: Patrick Kluivert, Marco van Basten en Johan Cruijff.

‘Dit was mijn mooiste lelijke doelpunt ooit’, zei Brobbey over zijn eerste doelpunt voor Ajax, maar daarmee deed hij zichzelf tekort. Wie goed kijkt dat een flitsende reactie op de bal die terugkaatst van de paal zekerstelt dat de bal in het doel belandt. Het is niet gek dat Marc Overmars er ziek van is dat hij Brobbey ziet vertrekken naar RB Leipzig. 

Scoren, scoren, scoren doet Brian Brobbey en veelal met onderkoelde schuivertjes.

Geef een reactie