VOETBALLENDE KEEPER WAS GEEN SUPERTALENT

Europa, Uncategorized

Keepers die kunnen voetballen zijn het handelsmerk van Ajax en ‘voetballen van achteruit’ was dat was volgens zijn biograaf Jaap Visser dan ook het plan toen Edwin van der Sar in 1999 bij Juventus arriveerde. Dat duurde niet lang. “In zijn allereerste wedstrijd speelde hij daarom in op centrale verdediger Ciro Ferrara, die hem zonder druk van de tegenstander meteen in de tribunes roeide”, vertelt biograaf Jaap Visser in 2011 aan het Belgische dagblad De Morgen. Met een vloek richting doelman er bovenop.”

Eigenlijk had Van der Sar toen al direct kunnen weten dat het bij Juventus niets zou worden. Hij maakte een blunder die hem een van zijn vele bijnamen opleverde: ‘De man met boter aan zijn handen’ .
‘Het ontbrak mij in die slechte periode aan zelfvertrouwen’, zegt hij in de biografie van Jaap Visser. ‘ Ik miste de overtuiging dat ik het goed zou doen. We speelden tegen Lazio thuis en ik ging vreselijk de fout in op een schot rechtdoor van Salas. In de rust zei ik tegen Ancelotti: Als je me nu wisselt, begrijp ik het . Het is de enige keer geweest dat ik mijn onzekerheid heb getoond.

‘Het ontbrak mij in die slechte periode aan zelfvertrouwen’, zegt Van der Sar in de biografie van Jaap Visser

Fucking Hell

Hard werken maakte van Van der Sar een grootse keeper. “Ik was een talent, geen supertalent”, zei hij in 2011 in een interview met NRC Handelsblad. Via het Britse Fulham komt hij in 2005 alsnog bij een Britse topclub terecht. Het hoogtepunt van zijn carrière van Van der Sar is het stoppen van de beslissende strafschop in de finale van de Champions League in 2008 van Manchester United tegen Chelsea. ‘Fucking hell’ is het enige dat hij kan uitbrengen tegen een verslaggever die hem na de finale probeert te interviewen.

Geef een reactie